Geraamde statische koopkracht 2020 van AOW-gerechtigden, volgens model NVOG/KNVG

0 Share2

Geraamde statische koopkracht 2020 van AOW-gerechtigden, volgens model NVOG/KNVG

In bijgaande grafiek (onderaan dit artikel) wordt een prognose gegeven van de koopkrachtverandering in 2020 ten opzichte van 2019. Deze is gebaseerd op ons eigen NVOG/KNVG-model, ...


In bijgaande grafiek (onderaan dit artikel) wordt een prognose gegeven van de koopkrachtverandering in 2020 ten opzichte van 2019. Deze is gebaseerd op ons eigen NVOG/KNVG-model, zoals ontwikkeld door Ronald Beelaard van de Commissie Inkomen en koopkracht. In de grafiek geven we voor een aantal situaties en inkomens de effecten weer van de regeringsplannen. Links de effecten voor alleenstaande AOW-ers, rechts voor paren. In de grafiek staat naast elkaar wat er gebeurt zonder korting/indexatie en wat er gebeurt als er 1% resp. 2% zou worden gekort.

Zonder korting (en geen indexatie)

Voor de gepensioneerden wordt er gemiddeld nog een lichte koopkrachtstijging verwacht.

* De stijging bedraagt voor alleenstaande AOW-ers met alleen AOW 2% (€24,60 per maand), en daalt vrij snel naar circa 0,5% bij aanvullende pensioenen die geringer zijn dan de bruto AOW zelf.

* Voor paren met alleen AOW is de stijging 1,5% en die daalt naar bijna nul voor hogere aanvullende pensioenen.

Stel: er komt een korting van 1% of 2% op het aanvullend pensioen

Bij een korting van 1% of 2% komt de koopkracht onder nul voor paren met beiden aan aanvullend pensioen vanaf samen circa €17.000. Voor alleenstaanden gebeurt dat iets eerder.

Bij de wat hogere aanvullende pensioenen zal het procentuele koopkrachtverlies ruwweg de helft van de korting bedragen.

Verschillen met Nibud en CPB

Ons koopkrachtplaatje wijkt op een aantal punten af van die van Nibud resp. CPB (zie nieuwsbrief 42). De verklaring daarvoor is niet helemaal helder omdat we de details van Nibud en zeker die van het CPB niet kennen.

Zaken die in ieder geval in onze eigen berekeningen zitten

* De wijzigingen in belastingheffing en toeslagen zoals die in het belastingplan 2020 (onderdeel van de miljoenennota) zijn opgenomen, incl. het verdwijnen van een belastingschijf.

* Aanpassingen in het belastingplan 2019 (dat inmiddels tot wet is verheven), voor zover die wijzigingen betrekking hebben op 2020.

* Zo nauwkeurig mogelijk berekende AOW uitkeringen voor beide helften van 2020. Deze is gebaseerd op het tot nu toe bekende (2019) indexcijfer voor de cao-lonen, dat invloed heeft op het minimumloon voor beide delen van het volgend jaar, welke op zich weer invloed heeft op de AOW-uitkering.

* Inflatieontwikkeling volgens de HICP inschatting van het CPB. Dit is een EU gedefinieerd indexcijfer dat – in tegenstelling tot de vaak gebruikte CPI – geen lastenontwikkeling van koopwoningen bevat. De lasten van huurwoningen maakt daar wel deel van uit, maar die wordt geneutraliseerd door de van toepassing zijnde huursubsidie.

* Door het ministerie ingeschatte ontwikkelingen op het gebied van zorgkosten, zoals de zogenaamde standaardpremie, inkomensafhankelijke bijdrage en zorgtoeslag.

* Het zogenaamde verzilveringsprobleem, optredend bij kleinere inkomens.

Zaken die niet in deze berekeningen zitten, maar in het model wel mogelijk zijn

* Combinaties van inkomen uit vroegere arbeid (= AOW + pensioen) en inkomen uit tegenwoordige arbeid (= werk).

* Situaties waarbij een van de partners in 2019/20 nog niet AOW-gerechtigd is.

* Eigen woning, bijtelling en/of aftrek wegens hypotheek.

* Inkomsten uit aanmerkelijk belang volgens box 2 (tarief verandert in 2020).

* Inkomsten en vrijstellingen in box 3 (verandert voortdurend iets mee en zo ook in 2020).

* Huren en huurtoeslag.

Grafiek Prinsjesdag 2019-1.3 Verwachting koopkrachtontwikkeling gepensioneerden